Magazine Contact #19 - Magazine - Over ons - Concept Wiesner-Hager
back

Woon je al? Of kantoor je nog?

Magazine Contact #19

Steeds meer werkplekken in de klassieke kantoorruimte krijgen een huiselijke ambiance. Deze trend van de jonge home-office-generatie wordt langzamerhand in de hele werkwereld aangetroffen. Wojciech Czaja over de gevaren en de potenties.

“Je kunt niet zeggen dat ik een echt kantoor heb, maar ook geen echte huiskamer, want bij mij komt dat op de een of andere manier in een ruimte bij elkaar,” aldus Heini Staudinger. De 61-jarige leeft en werkt in Schrems (Oostenrijk) en is chef van de Waldviertler Schuh- und Mobelwerkstatt GEA. Als je door zijn eindeloze productiehallen loopt, waarin leer en stoffen zijn opgeslagen en leesten worden vervaardigd, krijg je een warm huiselijk gevoel. “In de twintig jaar dat ik nu in Schrems woon, heb ik geen eigen huis gehad,” aldus Staudinger. “Maar dat mis ik ook niet. Eigenlijk denk ik steeds dat ik een huis van 7.000 m2 en ondertussen meer dan 170 huisgenoten heb.”

 

Het hoofdkwartier, van waaruit Staudinger zijn schoenmode- en meubelimperium regeert (zijn artikelen worden ondertussen in heel Europa verkocht), is een soort huis-kook-werkkamer waarin zich allerlei spullen hebben opgehoopt. Geslapen wordt in het magazijn ernaast. Maar als hij echt een huiselijke sfeer met couch en salontafel om zich heen wil hebben, dan is de eerste verdieping de plek waar hij zich lekker voelt, want daar bevindt zich de GEA-showroom met tientallen showmeubels. “Natuurlijk is de mix van wonen en werken niet altijd alleen maar prettig,” aldus Staudinger. “Soms heb ik er echt genoeg van en dan hang ik een bordje aan de deur van mijn kantoor: Niet storen!”

 

Heini Staudinger is geen geval apart. Het verschijnsel van vermenging van woon- en werksfeer beperkt zich al lang niet meer tot het home-office waar vele, vooral jonge zelfstandigen, zich elke ochtend letterlijk uit hun bed in de kantoorstoel laten vallen. Toonaangevende IT-ondernemingen zoals Google, Facebook en Ebay zweren al jaren – op mediagenieke wijze – de iets andere dagelijkse gang van zaken op het kantoor die met wonen meer gemeenschappelijks schijnt te hebben dan met het klassieke beeld van een steriele werkplek.

 

De Weense schrijfster en tekenares Andrea Maria Dusl, die ons in deze editie van contact een inkijkje in haar heel persoonlijke werkwereld schenkt (pagina 19), vat de zeer huiselijk aandoende vormgeving van haar werkplek als volgt samen: “Ik ben bang voor kantoren. Ik word er paniekerig van. Mijn bureau lijkt op een cafe, misschien wel op een huiskamer. Hoe minder het op een kantoor lijkt, des te beter.” Waar zij met name een enorme hekel aan heeft zijn muisgrijze kantoordraaistoelen. Zij brengt haar werkdagen door op een fauteuil van palissander en leer. “Wij brengen veel tijd op kantoor door. Vandaar dat het alleen maar legitiem is dat onze werkplek ons vaak aan thuis doet herinneren,” verklaart Bernhard Kern, directeur van het in kantoorplanning gespecialiseerde Roomware Consulting GmbH. “Tijdens het werk is het echter zo dat je met dossierkasten, ordnerrekken en roosterlichtplafonds met akoestische panelen niet echt een huiselijke sfeer kunt creeren.” Vandaar dat de huiselijke tendensen in de praktijk meestal uitsluitend beperkt blijven tot bepaalde gedeelten zoals de lounge, het cafetaria en zones waar je je terug kunt trekken. In ieder geval, aldus Kern, zou een huiselijke sfeer op de werkplek moeten stroken met een ontspannen, autonome bedrijfscultuur. Alles wat daarbuiten valt is een voorgespiegelde facade zonder waarde.

 

Ook de architecte Ursula Spannberger uit Salzburg (Oostenrijk) heeft zich reeds intensief met de vormgeving van werkplekken beziggehouden. “Als mensen foto’s van het eigen gezin meenemen en hun bureau opluisteren met wenskaarten en teddyberen, dan is dat voor mij een teken dat er iets niet klopt.

Want als ze zich op hun werkplek goed en welkom zouden voelen, dan zouden deze intieme dingen niet nodig zijn. Een goede, individuele werkplek creeert welbehagen en persoonlijke sfeer, ook zonder dat degene die daar werkt zijn halve priveleven voor zijn collega’s tentoonstelt.”

 

Welke potenties een ruimte heeft en hoe men deze het best aan het licht laat komen, onderzoekt Spannberger in de door haar ontwikkelde analyse van de ruimtewaarde. Met behulp van kwalitatieve vragenlijsten komt zij achter ideeen en behoeften en helpt haar klanten op deze wijze bij de juiste vormgeving van de ruimten – ook van werkruimtes. “Ik heb niets tegen een kantoor met een huiselijke sfeer, maar ik maak me er sterk voor dat het kantoor individueel wordt afgestemd op de gebruikers. Als je dat namelijk niet doet, dan schiet de eigenlijk goed bedoelde employer branding mogelijk voorbij aan de behoeftes van de medewerkers. Of anders gezegd: ik denk niet dat ik zoals bij Google de hele dag in massagecabines en skigondels zou willen zitten.”

De serieus bedoelde vormgevingsmogelijkheden, als het om huiselijkheid en gezelligheid gaat, reiken van kleur via materialiteit tot aan haptiek, geur, lichtsfeer. De Weense architecte Pia Anna Buxbaum heeft zich juist in deze component gespecialiseerd. “Veel werkgevers denken dat het de beste oplossing is om de CI-kleuren van hun bedrijf in het hele interieur te gebruiken, maar dat is een dwaalleer,” aldus Buxbaum. “En juist bij grote vlakken is het belangrijk dat je heel voorzichtig te werk gaat en kleuren en materialen op elkaar afstemt. Er ontstaat pas een huiselijke sfeer als je de werkruimte met warme kleuren, natuurlijke oppervlakken en warme, zo nauw mogelijk met de natuur verbonden lichtbronnen combineert.”

 

Een belangrijke factor voor gezelligheid is de juiste akoestiek. “Steeds meer kantoren worden als landschapskantoren uitgevoerd,” legt architect Harald Holler uit, een van de drie partners bij SUE. “Alleen al om deze reden moet ervoor worden gezorgd, dat het geroezemoes in het kantoor niet de overhand krijgt.” Steeds weer worden in de kantoor- en interieurarchitectuurprojecten van SUE donzige accenten van vilt aangetroffen. In het notariskantoor Prayer Rahs zijn kastoppervlakken en zitkooien met kleurige vilten panelen omhuld. In het accountants- en belastingadviesbureau Geyer & Geyer zijn de deuren met knalrood vilt bekleed. In de onlangs gereed gekomen vertrekken van de tv-zender W24 is de vergaderruimte zelfs met pinkkleurige, rode en violette vilten gordijnen gedrapeerd.

 

In het kantoor van Tribal DDB in Amsterdam wordt de huiselijkheid op de letterlijke stompe spits gedreven. Het gehele reclamebureau, een project van i29 interior architects, is met vilt bekleed. Vilt op de zitmeubelen, vilt in de ruimtekooien, vilt aan de muren en vilt op het plafond. Ja, zelfs de lampen zijn met vilt bekleed. “Er is waarschijnlijk geen ander materiaal waarmee je alle vlakken en objecten kunt bekleden en dat met zo weinig moeite zo’n behaaglijk klimaat creeert,” zegt Jaspar Jansen, een van de beide oprichters van i29, dat zich onder andere heeft gespecialiseerd in kantoorplanning. “Vilt? Zeker, vilt is absoluut noodzakelijk,” gelooft Heini Staudinger.

 

“Bij schoenen en pantoffels onontbeerlijk, bij meubels in ieder geval, waarom dus niet ook in de huiskamer of in het kantoor? Of in het huiskantoor!”

Magazine abonneren!

U krijgt ons magazine met informatie uit de markt en over Wiesner Hager.