Magazine Contact #24 - Magazine - Over ons - Concept Wiesner-Hager
back

Welke ruimte heeft innovatie nodig?

Magazine Contact #24

Voor Carina Trapl van de Weense kennis- en innovatie-architecten theLivingCore staat één ding vast: denk- en werkprocessen en ruimtes hangen nauw met elkaar samen en kunnen de innovatiegeest in bedrijven bevorderen, maar ook afremmen. Wij hebben een gesprek met haar gehad over haar visie op werkomgevingen.

Hoe zou u theLivingCore omschrijven?

Trapl: Wij noemen ons kennis- en innovatie-architecten en brengen zo een analogie met architecten tot stand. Voordat architecten een nieuw huis bouwen, proberen ze erachter te komen hoe mensen in dit huis willen leven. Het huis moet deze behoeften weerspiegelen. Wanneer wij met organisaties werken, gaan wij nog een stapje verder. Wij blijven niet bij de fysieke ruimte stilstaan, maar analyseren eerst hoe de organisatie voortaan moet "functioneren" om succesvol te zijn. Dan ontwerpen wij ruimtes die de organisatie ondersteunt bij het vormgeven van haar toekomst.

 

Hoe is uw team samengesteld?

Trapl: Wij zijn een uiterst interdisciplinair team met achtergronden in landschapsarchitectuur, informatica, general management, cognitiewetenschappen en innovatie-onderzoek, fashion en product design.

 

En u?

Trapl: Ik ben van oorsprong tolk, vertaalster en communicatietrainer en studeer momenteel Cognitive Science aan de universiteit van Wenen. Daarbij ben ik bijzonder geïnteresseerd in welke (communicatieve) omgevingen het ontstaan van nieuwe kennis bevorderen.

 

Hoe hoog schat u daarbij de invloed van de ruimte in?

Trapl: Feitelijk kan dat met één zin worden samengevat: "Everything that we design in turn designs us back". Dat wil zeggen: wat ik maak, bestaat niet onafhankelijk van mij. Het doet ook wat met mij, doordat ik het gebruik. Doordat wij de wereld veranderen, veranderen wij onszelf. En omgekeerd. Daarom is het belangrijk dat het voor mij duidelijk is waarom ik ruimtes creëer, want ze werken weer terug: dat kan mogelijk makend zijn, of zelfs ook onmogelijk makend.

 

Wat is de voornaamste wens van uw klanten?

Trapl: Onze klanten willen ofwel een nieuw kantoor hebben of ze willen innovatiever worden. Heel vaak komen deze twee velden samen en onze klanten merken dat ze eigenlijk allebei nodig hebben. Innovatie vindt namelijk niet in het luchtledige plaats, maar heeft een mogelijk makende omgeving nodig.

 

Hoe ziet zo'n innovatiebevorderende omgeving eruit?

Trapl: Dat komt helemaal aan op het bedrijf. En, heel belangrijk, wij noemen het met opzet omgeving, omdat de meeste mensen bij een ruimte automatisch aan vier muren denken. Innovatie-omgevingen beginnen echter niet met de fysieke ruimte en houden er ook niet mee op. Dat is waar het om gaat bij "enabling spaces" [nl. "mogelijk makende ruimtes", afbeelding op pagina 4.]! Binnen dit kader speelt architectuur weliswaar een grote rol, maar net zo belangrijk zijn echter ook de sociale, organisationele en culturele, virtuele, cognitieve en emotionele dimensie. Het gaat er in de grond van de zaak om dat deze ruimtes in een holistisch geheel geïntegreerd en in "goede spanning" gehouden worden. Dat is afhankelijk van het bedrijf verschillend.

 

Hoe kunnen deze trefwoorden worden gerealiseerd?

Trapl: In een eerste stap analyseren wij de organisatie in al deze dimensies en definiëren, quasi "vanuit de toekomst", hoe zij moet functioneren in al deze dimensies.

 

Hoe kan zo'n proces er dan in de praktijk uitzien?

Trapl: In de analysefase houden wij eerst interviews met relevante stakeholders volgens een speciaal ontwikkelde methode, bovendien voeren wij etnografische observaties uit. Natuurlijk bekijken wij ook de bedrijfsstrategie en de eisen aan een toekomstige ruimte. Daaruit ontwikkelen wij een strategisch "kernprocesmodel" dat als blauwdruk voor alle erop volgende maatregelen (organisatorisch, ruimtelijk, enz.) dient. Het realiseren van het kernprocesmodel in concrete ruimtes gebeurt dan samen met architecten en in nauwe samenwerking met de medewerkers.

 

In hoeverre neemt u het werk van architecten op zich?

Trapl: Wij definiëren "ruimtetypologieën" die de kernprocessen, dus de toekomstige werkwijze van de organisatie, moeten ondersteunen. Afhankelijk van de klant nemen wij ook bezettingsplanning, materiaalkeuze enz. voor onze rekening. Meestal wordt deze fase echter gekenmerkt door een intensieve, creatieve samenwerking met de uitvoerende architecten. Onze rol daarbij is ervoor te zorgen dat de architectuur is afgestemd op het toekomstige organisationele model. Daarbij nemen wij ook het communicatie- en change-proces met de medewerkers voor onze rekening.

 

Desk Sharing en Clean Desk Policy zijn momenteel omstreden trends bij de planning van kantoorruimtes. Hoe staat u daar tegenover?

Trapl: Ik sta eerder kritisch tegenover deze trends, omdat ze vaak alleen cosmetisch zijn en niet individueel op de organisatie zijn afgestemd. Een voorbeeld: Een rigide Clean Desk Policy verhindert bijvoorbeeld creatief werk, omdat wij daarvoor visuele en haptische "geheugenankers" nodig hebben. Als het kantoor te steriel is, dan maakt dit creatieve processen onmogelijk, omdat wij met het denken als het ware steeds weer "van vooraf aan" moeten beginnen. Bovendien is een kantoor een plek van identiteit. Wanneer persoonlijke voorwerpen van de werkplek worden verbannen, gaat een identiteitsvormend element verloren. En welke werkgever zou dat willen?

 

Hoe ziet het kantoor van de toekomst er in uw ogen uit?

Trapl: Ik denk dat de "oprichtingsmythe" van Coworking Spaces het idee van het kantoor van de toekomst bevat: identiteit in de diversiteit en creatieve ontmoeting. Omdat: Wanneer ik erover nadenk waarom ik naar een kantoor ga, wanneer ik niet de verplichting heb om daar 8 uur te zijn, dan gaat het meestal om intermenselijke dingen - iemand ontmoeten, ideeën uitwisselen, samen aan projecten werken - om een gemeenschappelijk scheppingsproces. Daarom zou ik zeggen dat het kantoor zich ontwikkelt naar een plek van ontmoeting. Dus gaat het hier eigenlijk om iets poëtisch.

 

En een laatste vraag: in dit nummer houden wij ons ook bezig met crowdworking. Wat denkt u, kan crowdworking de innovatiekracht van bedrijven bevorderen?

Trapl: Eigenlijk drukt het toch precies het tegendeel uit. Crowdworkers leveren meestal de creatieve inputs, zoals design of tekst. Wanneer een bedrijf op crowdworkers is aangewezen, dan wil dat zeggen dat het precies deze kennis niet heeft. Wanneer ik alleen sporadisch met creatieve mensen samenwerk, bestaat het gevaar dat ik innovatie niet op lange termijn in het bedrijf kan verankeren. Ik denk echter dat het voor bedrijven interessant zou zijn ruimtes te creëren om precies deze mensen in huis te halen.

Magazine abonneren!

U krijgt ons magazine met informatie uit de markt en over Wiesner Hager.